menu

Oorsprong

De oudste kerk van Raamsdonk - nu gelegen aan de overkant van de Maasroute - werd vóór 1273 gesticht door de bisschop van Luik, die tot de veertiende eeuw alle rechten in handen hield. De Lambertuskerk moet daarom gezien worden als één van de oudste en noordelijkst gelegen steunpunten van het in die tijd zeer uitgestrekte bisdom. De geschiedenis van de Lambertuskerk gaat terug tot ongeveer het jaar 1150, maar overblijfselen van het kerkgebouw uit de vroegere periode zijn tot nu toe niet teruggevonden, met uitzondering van de voet van een natuurstenen doopvont. Op de plaats van de huidige kerk heeft een ouder gebouw gestaan, waarvan muurrestanten zijn opgegraven, die dateren uit 1275. Het betrof een zaalkerk van ongeveer 100 bij 25 meter zonder toren. Omstreeks 1350 werd dit kerkje voorzien van een toren en ongeveer honderd jaar later van een nieuw koor en twee transepten. Vermoedelijk in het jaar 1502 werd ook het schip vernieuwd, waarmee de Lambertuskerk de huidige vorm kreeg. Naar begin van pagina <

Stromingen

Van 1150 tot 1610 was de kerk katholiek. Daarna werd de kerk in bezit genomen door de protestanten. De kerk heeft alle splitsingen binnen de kerk meegemaakt.

Orgels

Drie verschillende orgels hebben in de oudste kerk van Raamsdonk gestaan. Het in 1743 verworven orgel werd in 1850 verkocht aan de Nederlands Hervormde gemeente van Aartswoud en daarna geplaatst in Ruinwold. Het was gebouwd door Matthias Amor of Amoor.
In 1851 werd een nieuw orgel gebouwd door C. F. A. Naber en Zoons te Deventer. Het werd geplaatst onder toezicht van dominee Pape en gekeurd door burgemeester Snethlage te Beest. Het moet een bijzonder mooi en groot orgel zijn geweest met 27 registers en een vrij pedaal. De brand van 1878 vernielde het.Daarna bouwde men het orgel, dat nu nog in de kerk staat. Maker ervan is orgelbouwer van Dam; het heeft 10 registers en een aangehangen pedaal. Het is volledig gerestaureerd en erg bijzonder. 

Gebeurtenissen

De kerk heeft aan vele rampen het "hoofd" moeten bieden. De elementen hebben haar niet gespaard, maar telkens weer werd ze opgebouwd. Ze diende trouwens ook als "baken", want in een ordonnantie van het Heemraadschap van 6 oktober 1612 lezen we het volgende: de dijken van alle polders der gemeente te Raamsdonk moeten zo hoog onderhouden worden als de bout die in de Grote oude Kerk van Raamsdonk zit geslagen. 


Toen van 27 op 28 juli 1716 "door het swaer onweder van donder en blixem" de toren van de kerk tot aan het muurwerk afbrandde, stelde de Rekenkamer van Holland een subsidie beschikbaar van Fl. 1200,-.

Na de herbouw in 1717 werd in de toren een nieuwe klok gehangen met een gegoten opschrift, dat dit feit herdenkt, en tevens alle namen van het dorpsbestuur. Tijdens het herstel van de schade werd de kerk opnieuw gedeeltelijk vernield, maar nu niet door brand, maar door storm en water. Er was een schade ten gevolge van stormen watervloed op 1 september 1717, waardoor de spits van de in aanbouw zijnde toren, het dak van de kerk en de vele huizen en schuren vernield werden, een stenen sluis weggespoeld, een onherstelbaar gat in de dijk werd geslagen, en veel schade door verlies van vee en veld gewas geleden werd. 


Nog twee maal zou de kerk door een ramp worden getroffen. In 1778 stond de kerk opnieuw in brand en ruim een eeuw later, 24 mei 1878, viel door blikseminslag de spits brandend in het middenschip van de kerk. De kerk brandde uit en alleen de muren bleven nog staan. Het gevolg hiervan was, dat het interieur van de kerk geheel veranderde. Men wilde aanvankelijk zelfs een nieuwe kerk bouwen, maar bij nader inzien vond men het beter de oude weer op te bouwen. 

Tegen de toren zijn vroeger stallen gebouwd. De kerkgangers kwamen met hun koetsen naar de kerk en de paarden moesten binnen kunnen staan. De stal aan de zuidzijde was alleen voor de paarden van de ambachtsheer van Raamsdonk. Bij restauratie in 1953 zijn de stallen afgebroken, zodat de mooie toren nu weer vrij staat.

Bron: Tekst overgenomen uit de "Geschiedenis van Raamsdonk", uitgegeven door de Stichting Ontmoetingcentrum Raamsdonk.

1150-1200

De voet van de doopvont, gevonden net buiten de huidige lambertuskerk, is een tastbaar bewijs van het bestaan van een kerk in Raamsdonk in doze vroege periode. De doopvont is gemaakt van Namens natuursteen en komt vanaf 1150 in het stroomgebied van de Maas voor. Van de eerste kerk is, behalve wat natuurstenen resten, niets gevonden. We weten dus niet hoe groot hij is geweest en waar hij precies heeft gestaan.

 1275-1300

De tweede Lambertuskerk werd rond of net voor 1300 gebouwd in baksteen. Muurrestanten zijn onder de huidige kerk teruggevonden. Het schip was ongeveer 10 meter breed en 25 meter lang. Het koor was vierkant met misschien een ronde uitbouw. De kerk had geen toren.

1340-1350

Aan het bakstenen kerkje werd een kerktoren gebouwd, die er nu nog grotendeels staat. In deze toren was op de eerste verdieping een zogenaamde Herenkapel: een kapel met een spitsboogvormige opening naar het schip van de kerk

1450

De kerk doorstond de Elisabethsvloed van 1421. Vanaf de eerste Lambertuskerk is de kerkvloer in fasen zo'n 2'/z meter opgehoogd om droge voeten to houden. Rond 1450 bouwde men een nieuw koor en twee zijtransepten. De Herenkapel werd dichtgemetseld en er bleef een soort archiefruimte of 'schatkamer' in gebruik.

1500

In 1502 besloten de Heemraden van Raamsdonk de kerk grondig te verbouwen. Ze vervingen de eenbeukige romaanse pseudo-basiliek door een driebeukig gebouw in laat-gotische stijl. Zo ontstond de omtrek van de huidige kerk.

1611

De 80-jarige oorlog bracht veel schade toe en het duurde tot het begin van de 17° eeuw voordat het gebouw weer min of meer in oude luister was hersteld. Het interieur was onder invloed van de Reformatie ontdaan van katholieke luister en het koor werd door middel van een muur afgesloten.

1716-1880

In de loop van de jaren werd de kerk nogal eens door bliksem, storm en overstroming getroffen, maar steeds vond restauratie plaats. Rond 1775 werden hierbij natuurstenen versieringen aan de buitenkant van de kerk aangebracht in een eenvoudige rococo-stijl. In 1878 verschenen bijgebouwen tegen de kerkmuren, zoals stallen naast de toren.

1920-1955

Tussen 1922 en 1929 vond een grondge restauratie van zowel interieur als exterieur plaats, waarbij de toren voorzien werd van een piramidedak. Aan het einde van WOII raakte de kerk aanzienlijk beschadigd door oorlogshandelingen. Tussen 1953 en 1955 werd het gebouw opnieuw opgeknapt, waarbij een muur middenin de kerk de afsluiting van het koor verving.